Financieel beleid

Gerelateerde afbeelding

Het financiële beleid van de gemeente kent drie aspecten: de begroting, de rekening en de belastingen.
Begroting De begroting van de gemeente is het instrument bij uitstek waarmee een volledig beeld wordt gegeven van het voorgenomen gemeentelijke beleid en waarmee een afweging tussen de verschillende taken en activiteiten kan plaatsvinden. Daartoe bepaalt art. 189 Gemw dat de raad jaarlijks voor alle taken en activiteiten de bedragen op de begroting brengt die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen (inkomsten) die daarvoor naar verwachting kunnen worden aangewend. Om de raad in staat te stellen zijn verantwoordelijkheid voor de eigen financiële huishouding waar te maken, schrijft art. 190 Gemw voor dat burgemeester en wethouders jaarlijks aan de raad naast de ontwerpbegroting en een meerjarenraming voor ten minste de eerstvolgende drie jaar een nota betreffende de financiële toestand van de gemeente overleggen. De begroting moet voor 15 november voorafgaande aan het begrotingsjaar (dit is het kalenderjaar) worden vastgesteld en aan Gedeputeerde Staten worden flexplek utrecht gezonden (art. 191 Gemw). Wanneer de begroting in evenwicht is en voor 15 november aan Gedeputeerde Staten is toegezonden, is geen goedkeuring door Gedeputeerde Staten nodig (art. 203 Gemw). Is de begroting niet in evenwicht, dan moet de be
62 2 Staatsrecht algemeen
groting wel worden goedgekeurd. Wanneer de begroting aan goedkeuring is onderworpen, mogen Gedeputeerde Staten alleen de goedkeuring weigeren wegens strijd met het recht of met het algemeen financieel belang (art. 206 Gemw).
Rekening Na afloop van het begrotingsjaar stelt de gemeenteraad de rekening vast (art. 198 Gemw), en wel voor 15 juli van het jaar volgend op het dienstjaar, en stuurt deze aan Gedeputeerde Staten (art. 200 Gemw). Voor Gedeputeerde Staten vervult de rekening een functie binnen het begrotingstoezicht. Vermeldenswaard is nog het volgende: De raad kan uitgaven die burgemeester en wethouders niet rechtmatig hebben gedaan, buiten de rekening laten (art. 198 Gemw); voor dergelijke uitgaven zijn de leden van het college die aan die uitgaven hebben meegewerkt, ieder voor een gelijk deel jegens de gemeente aansprakelijk (art. 201 Gemw). · Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het college van het daarin verantwoorde financieel beheer (art. 199 Gemw). Wanneer de raad de voorgelegde rekening niet (behoorlijk) vaststelt, moeten burgemeester en wethouders de rekening naar Gedeputeerde Staten sturen, die de rekening dan vaststellen (art. 201 Gemw).
Belastingen De drie belangrijkste inkomstenbronnen voor de gemeente zijn: de algemene uitkering uit het Gemeentefonds, de specifieke uitkeringen die bestemd zijn voor specifieke taken en de eigen inkomsten. De eigen inkomsten worden hoofdzakelijk verkregen uit belastingen, retributies (rechten) voor verleende diensten, gebruik van gemeentelijke bezittingen en tarieven voor leveringen. Alles bijeen liggen de eigen inkomsten van de gemeente op circa 10% van de totale inkomsten. De Gemeentewet bepaalt in art. 216 t/m 229 welke belastingen en retributies de gemeente kan heffen en welke regels daarbij gelden. Art. 230 t/m 25 7 Gemw gaan vervolgens over de heffing en invordering.
Volgens art. 216 Gemw besluit de raad tot het invoeren, wijzigen en afschaffen van gemeentelijke belastingen. Hij stelt daartoe een belastingverordening vast, waarin wordt vastgelegd wie de belastingplichtige is, waarover of waarvoor de belasting moet worden betaald, het tarief van de belasting en het tijdstip van ingang van de heffing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *